Booronderzoek

Booronderzoek

Booronderzoek te Oudenbosch (2020)

Het doel van een Inventariserende Veldonderzoek door middel van boringen (IVO-B) is het in kaart brengen van de mate van verstoring ter plaatse van het plangebied, de bodemopbouw, de landschapsgeschiedenis, de daarmee samenhangende bewoningsmogelijkheden in het verleden en de diepteligging van mogelijk aanwezige archeologische horizonten. Hiermee kan de stratigrafie, de aard, de dikte, de omvang en de globale ouderdom van archeologisch interessante grondlagen worden bepaald. Belangrijke indicatoren voor vroegere bewoning zijn onder meer de aanwezigheid van houtskool, verbrand bot, puinresten, (bewerkt) vuursteen en aardewerkfragmenten in de boorprofielen. De boringen worden systematisch binnen het plangebied uitgezet, om zodoende de bodemopbouw van het gehele plangebied in kaart te brengen. Daarvoor gebruiken we een mede door onszelf ontwikkelde generator in QGis 3 welke openbaar toegankelijk is via deze link.

Waar mogelijk en zinvol, wordt tegelijkertijd met het booronderzoek ook een oppervlaktekartering uitgevoerd. Vooral onbebouwde gebieden waar archeologisch belangrijke lagen betrekkelijk dicht onder het maaiveld liggen, lenen zich voor deze onderzoeksmethodiek.

Booronderzoek te Moerdijk (2019).

Op basis van de resultaten van het booronderzoek wordt een advies opgesteld waarin wordt aangegeven of nader vervolgonderzoek noodzakelijk is, of dat het plangebied volledig kan worden vrijgegeven. Wanneer nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht, wordt in overleg met de opdrachtgever en de bevoegde overheid nagegaan of met een relatief simpele planaanpassing de noodzaak tot vervolgonderzoek kan komen te vervallen. Wanneer dat niet het geval is, dient het plangebied archeologisch onderzocht te worden.